Knihobot

Grand Hotel Lembang

Parametry

  • 123 stránek
  • 5 hodin čtení

Více o knize

Over de terugkeer van een Nederlands gezin uit het voormalige Nederlands-Indië beschrijft Grand Hotel Lembang de pijn van het afscheid van Indië, de vijandschap in Nederland en het verlies van een paradijs. Het gezin dat Kester Freriks schetst behoort tot de laatste 40.000 Nederlanders die op 31 december 1958 gedwongen de kolonie moesten verlaten. Deze laatste emigratiegolf is in de literatuurgeschiedenis niet eerder beschreven en voegt zich in de rijke literaire traditie over Indonesië. Na de vrijheidsstrijd in Djakarta vlucht het gezin naar Nederland, waar de vader als telegrafist voor Garuda werkt, destijds een dochteronderneming van de KLM. De jongste zoon, vier jaar oud, biedt een uniek perspectief op de gebeurtenissen. De afsluitende zin van de verhalencyclus ‘Indië & later’ weerspiegelt Freriks' literaire motto: ‘Wat voortduurt is de voorbije tijd en de verwondering daarover.’ Het verhaal ‘Indonesische biografie’ eindigt met het vertrek uit Indië, waar de jonge verteller het afscheid ervaart: ‘Op het vliegveld Kemajoran wordt het hoge gras door de zuiging van de loeiende motoren van de Douglas DC-6 omlaaggestuwd. De aarde trilt... Indonesië bestaat niet meer. Het is een afscheid zonder hulde. Als een vlucht.’

Nákup knihy

Grand Hotel Lembang, Kester Freriks

Jazyk
Rok vydání
1992
Vazba
(měkká)
Jakmile se objeví, pošleme e-mail.

Doručení

  • Doprava zdarma od 499 Kč po celém Česku! Více info

Platební metody

Nikdo zatím neohodnotil.Ohodnotit

Titul
Grand Hotel Lembang
Jazyk
nizozemsky
Vydavatel
Meulenhoff
Rok vydání
1992
Vazba
měkká
Počet stran
123
ISBN10
9029025271
ISBN13
9789029025270
Série
Štítky
Anotace
Over de terugkeer van een Nederlands gezin uit het voormalige Nederlands-Indië beschrijft Grand Hotel Lembang de pijn van het afscheid van Indië, de vijandschap in Nederland en het verlies van een paradijs. Het gezin dat Kester Freriks schetst behoort tot de laatste 40.000 Nederlanders die op 31 december 1958 gedwongen de kolonie moesten verlaten. Deze laatste emigratiegolf is in de literatuurgeschiedenis niet eerder beschreven en voegt zich in de rijke literaire traditie over Indonesië. Na de vrijheidsstrijd in Djakarta vlucht het gezin naar Nederland, waar de vader als telegrafist voor Garuda werkt, destijds een dochteronderneming van de KLM. De jongste zoon, vier jaar oud, biedt een uniek perspectief op de gebeurtenissen. De afsluitende zin van de verhalencyclus ‘Indië & later’ weerspiegelt Freriks' literaire motto: ‘Wat voortduurt is de voorbije tijd en de verwondering daarover.’ Het verhaal ‘Indonesische biografie’ eindigt met het vertrek uit Indië, waar de jonge verteller het afscheid ervaart: ‘Op het vliegveld Kemajoran wordt het hoge gras door de zuiging van de loeiende motoren van de Douglas DC-6 omlaaggestuwd. De aarde trilt... Indonesië bestaat niet meer. Het is een afscheid zonder hulde. Als een vlucht.’