Wenn der Wolf den Wolf frisst
- 207 stránek
- 8 hodin čtení






Twee historische detectiveromans, waarin een veertiende-eeuwse Italiaanse minderbroeder de hoofdrol speelt.
"Een ladder op de aarde" speelt in de veertiende eeuw, de eeuw van Dante. Italië bevindt zich op de grens van de middeleeuwen en de renaissance. Tegen de achtergrond plaatst de schrijfster de hoofdfiguren van haar roman: de harde, intelligente staatsman Can della Scala, heer van Verona, exponent van de renassancistische wereldbeschouwing, naast Beatrice da Polenta, een mooie, spirituele vrouw, geïnteresseerd in kunst en wetenschap, maar wier geest nog in de middeleeuwen wortelt. Twee mensen die elkaar om hun tegenstrijdige mentaliteit aantrekken, maar ook aantasten en op den duur te gronde richten. Als kenner van de Italiaalnse geschiedenis roept Helen Nolthenius (Duecento, Renaissance in mei, Een man uit het dal van Spoleto) op weergaloze wijze beelden op van pestepidemieën, strenge winters waartegen de mens even weerloos is als tegen onverhoedse overstromingen, wolvenplagen, belegeringen en uitbarstingen van godsdienstwaanzin.
On a spring morning in 1358, the body of a young woman floats in the Arno. Is the victim, murdered in a clumsy manner, the beautiful Nenetta from the finest brothel in Florence? The man who discovers the body takes it upon himself to solve the case. He is the clever beggar monk Lapo Mosca, traveling from his monastery in Fiesole to Siena. During his journey through Tuscany, he repeatedly encounters people who had connections to the deceased.
Hélène Nolthenius heeft zich in haar musicologische studie verdiept in de late Italiaanse middeleeuwen, waarbij haar interesse zich uitbreidt naar de bredere levenscultuur van die tijd. Haar muzikale benadering van de geschiedenis laat haar de grote vormen en leidende thema's ontdekken, terwijl ze ook aandacht heeft voor de dissonanten en verborgen harmonieën die feiten en personen met elkaar verbinden. Deze muzikale zin komt tot uiting in de opbouw van haar werk en in haar geestige, klinkende proza, dat een breed publiek aantrekt, ver buiten de kring van geïnteresseerden in Italiaanse cultuurhistorie. De 14e eeuw wordt belicht vanuit het perspectief van Florence, de stad waar de renaissance zijn oorsprong vond. De structuur van deze periode is geworteld in het leven van Francesco Landini, de grootste componist van zijn tijd en de eerste 'individuele' musicus van Europa. Het tumultueuze leven in de stad, met conflicten tussen Guelfen en Ghibellijnen, de pest en de verhalen van Boccaccio, schetst een levendig beeld. Schilders en architecten zoeken naar nieuwe vormen, terwijl de muziek de stem van de tijd wordt. Deze eeuw levert een rijke oogst van handelslieden en rabauwen, die hun geluk en beschermengelen nodig hebben om te overleven. Tegelijkertijd heeft deze levenshonger geleid tot een verfijnde artistieke productie die nog steeds musea vult en het lentekarakter van Florence bepaalt.
Een archeologe wordt in haar studieuze isolement geconfronteerd met de vraag of een mens wel het recht heeft zich zo van medemensen af te zonderen.
Op de grens van Middeleeuwen en Renaissance in Verona spelend verhaal, waarin een man en een vrouw elkaar door hun tegenstrijdige mentaliteit eerst aantrekken, maar op den duur te gronde richten.