Bob Evers - 33: Een zeegevecht met watervrees
- 191 stránek
- 7 hodin čtení






Arie Roos en Jan Prins zijn oprecht van zins, na hun vele avonturen, nu eens een rustige, normale vakantie door te brengen en bereiden een boottocht op de Rijn voor. Maar op de dag voor hun vertrek ontvangen zij een radiotelegram van hun Amerikaanse vriend Bob Evers, die per oceaanstomer uit New York op weg is om zich bij hen te voegen. Een Amerikaanse fabrikant, en een vriend van Bob’s vader, die met een splinternieuwe, grote caravan een vakantie in Europa wilde doorbrengen, heeft brand in zijn fabriek gekregen en moet terstond terugvliegen. De caravan moet echter verder naar Zuid-Frankrijk gebracht worden, want anders lopen de vakantieplannen van de medereizigers in het honderd. Hij verzoekt Bob de kampeerwagen plus de nieuwe Buick voor hem naar Zuid-Frankrijk te rijden. Bob schakelt hiervoor uiteraard Jan en Arie in, waarna de jongens weer eens verstrikt raken in de vreemdste avonturen.
De vakantie waar in het begin van Drie jongens en een caravan al eerder sprake van was, wordt nu echt ondernomen. Terwijl Arie Roos in Amsterdam blijft om familie uit Australië te ontmoeten, gaan Jan Prins en Bob Evers met een scheldejol naar de Kaag. In de Stadionsluis vindt Jan een flesje in het water, met een stuk krant erin, dat hij inlevert voor statiegeld. Later ontmoeten ze in de Ringvaart een man met een opvallend witte haardos, die vraagt naar een leeg flesje. Jan en Bob negeren hem, maar zijn nieuwsgierigheid over zijn verhaal brengt hen ertoe het flesje terug te halen. Ze ontdekken een verborgen boodschap in de krant, maar begrijpen deze niet. Enkele uren later komt de man opnieuw, en biedt zijn vlet aan in ruil voor het flesje. Jan en Bob stemmen toe en vervolgen hun weg naar de Kaag met hun jol. De volgende dag arriveert Arie Roos op het afgesproken punt in Leiden, maar Jan en Bob zijn er niet. Arie begint een zoektocht over de Kaag en ontdekt dat het draait om een in de Tweede Wereldoorlog verdwenen fortuin in goud en juwelen. De man met het witte haar maakt deel uit van een groep van vier die naar deze schat op zoek is.
Jan Prins en Arie Roos, twee Amsterdamse boezemvrienden krijgen bezoek van een zekere John Bennet uit Engeland. Zij vernemen dat een Engelse kennis van hen, Vonnie Vasser, door zijn oom Barclay (tevens voogd van Vonnie) is opgelicht voor 30.000 pond uit een erfenis en dat geld heeft besteed voor de financiering van zijn toeristen- en badhotel ‘Seaview’. Vonnie heeft besloten het zijn oom lastig te maken en in het hotel de boel op stelten te zetten. Hij roept daarbij de hulp in van Jan en Arie aangezien zij bekend staan om hun doortastendheid en vindingrijkheid. En inderdaad worden de meest komische en dolle dingen bedacht en binnen twee dagen staat het hele hotel op zijn kop en zit Barclay met de handen in het haar.
De vaders van Jan Prins en Arie Roos hebben al in een voorgaand avontuur hun zoons plechtig beloofd dat zij naar Bob Evers in Amerika mogen, mits zij hun eindexamen halen. En dat gebeurt natuurlijk ook! Maar kort voor hun vertrek wordt Arie opgebeld door een oude bekende: Masters van de FBI, voor wie zij bij het avontuur van de Dollarjacht zulk fantastisch werk hebben gedaan. Masters heeft een heel speciaal en zelfs gevaarlijk klusje op te knappen: per jaar komen duizenden immigranten die geen gewone vergunning kunnen krijgen om naar de VS te verhuizen, clandestien de grenzen van Mexico of Canada over, of worden 's nachts per motorboot voor de kust afgezet, of zelfs per helikopter. Daarbij gebeuren dingen die absoluut niet door de beugel kunnen. Omdat een paar HBS-jongens niet gauw worden gewantrouwd, wil Masters dat zij zich voordoen als avonturiers die clandestien naar overzee willen, en daarom passage boeken op een oud motorjacht dat voor zulke karweitjes wordt gebruikt. Jan en Arie spelen het inderdaad klaar, vertrekken op dat jacht en rollen van de ene belevenis in de andere.
De opsporing van de verborgen papiertjes, waarmee in Een overval in de lucht was begonnen, wordt in dit boek voortgezet. Bob ziet kans samen met John en Lois Bennett een van de papiertjes te bemachtigen dat verborgen was in de kolf van een jachtgeweer in een oud Engels landhuis. Het voorlaatste nog ontbrekende papiertje, dat hun concurrent Jeffries in Kaapstad te pakken had gekregen, wordt uiteindelijk in Amsterdam door de ijlings per telefoon gewaarschuwde vader van Jan, de gepensioneerde kolonel Prins, buitgemaakt. Voor het laatste papiertje verzamelen de hoofdrolspelers zich in Alkmaar, waar in het huis van een naar Nederland geëmigreerde Engelse vrouw van een Hollandse zeeman het papiertje in een oud koperen kanonnetje verborgen is. Het lukt echter aan Barnett, een neef en tegenspeler van John en Lois inzake de erfenis van professor Hathaway, om dit papiertje te bemachtigen. Zelf raakt Barnett tijdens een achtervolgingsrace betrokken bij een aanrijding en belandt hij in een Noord-Hollandse politiecel, waarna hij nog juist op tijd kans ziet het papiertje poste restante naar Bromborough, Engeland te laten sturen door één van de politie-agenten.
Door toeval ontdekken Jan Prins, Bob Evers en de slimme Arie Roos dat een bende valse munters pakken dollarbiljetten naar alle landen van West_europa smokkelen, verstopt in de locomotieven van speelgoedtreintjes. Dit brengt hen natuurlijk in contact met de politie die er vanzelfsprekend fel op gebrand is te ontdekken waar ergens de drukkerij staat waar die stapels biljetten worden gedrukt. De kneep is echter dat de politie absoluut niet wil dat de bandieten onraad gaan vermoeden… en daarom ook blijft die politie achter de schermen en onze drie handige jongens, gewapend met echte Amerikaanse perskaarten en hun onschuldige gezichten, volgen het spoor eerst van Amersfoort naar een speelgoedfabriek in Zürich en tenslotte tot in Noord-Afrika, waar de drukkerij ergens moet zijn verborgen. Dwars over de Middellandse Zee begint een jacht op een document in geheimschrift dat aangeeft waar de volgende zending biljetten zal worden overhandigd. Tweemaal lijkt de hele onderneming te mislukken, maar zelfs de FBI en een Brengun-carrier van het Britse leger in Tripolis komen er aan te pas als onverwacht de drukkerij gevonden wordt in een oude Duitse bunker aan de grens van Tripolis. Tot het allerlaatste moment lijkt het dat de leider van de bende toch nog met een snelle boot zal ontsnappen...
Om drie uur ’s nachts belt Arie vanuit Nijmegen zijn vader uit bed. Hij heeft voor tachtigduizend gulden aan goudstaven op te bergen. In de Duitse tijd werd een fortuin aan goud en juwelen begraven in een villa te Lisse en de enige die weet wáár die schat ligt, is een ex-Wehrmacht soldaat, Johann geheten, die sinds jaren machinist is van een raderboot op de Rijn. Maar deze Johann heeft geen tijd en geen geld om in Holland een schatgraaf-expeditie te beginnen en maakt een afspraak met vier Amsterdamse onderwereldfiguren om dat voor hem te doen en dan gevijven te delen. De schat weten zij inderdaad te pakken te krijgen, maar Jan, Bob en Arie raken in de historie betrokken. De familie Grimbos uit Lisse (aan wie de schat toebehoort) biedt de jongens een kwart van de waarde van de schat als zij die weten terug te veroveren. Zij doen dat vol geestdrift met slapeloze, avontuurlijke nachten en wilde autoritten. Zelfs pa Roos, de vader van Arie, raakt in het gesjouw met goudstaven en de overvallen in hotels betrokken, wordt in Zeeland opgepakt en op het kritieke moment door Jan en Arie weer ontzet… op zijn sokken.
Een zware vrachtauto dendert over een betonweg in het Gooi, ...een touw raakt los, ...een triplex kist smakt op het cement, valt uit elkaar en strooit een regen van speelgoedlocomotiefjes en -wagons om zich heen. De dikke Arie Roos en zijn vriend Jan Prins zoeken het verloren speelgoed bijeen, sjokken ermee naar huis, maar brengen het niet meteen naar het politiebureau. Zij gaan er thuis eerst gezellig mee spelen. Dan gaat de telefoon over en vraagt een barse stem naar de speelgoedlocomotieven. Bob Evers komt net terug uit Amerika als een bende van drie boeven het huis tracht binnen te dringen. Na een kwartier van gevechten verdwijnen de boeven, de treintjes met zich meenemend. Was dat speelgoed dan zo vreselijk belangrijk? Was er soms iets heel bijzonders mee aan de hand? Arie, Bob en Jan vinden een gekke aanwijzing, trekken er in het holst van de nacht op uit en beleven de wildste avonturen met ontsnapte circusapen, onrustige olifanten, benzinetanks vol zand, besluipingen van bendeleden en nachtelijke klopjachten over de heide.
Eindelijk is dan het spoor van de 60 per sportvliegtuig uit Duitsland gesmokkelde Oude Meesters gevonden! Die kostbare schilderijen waren tijdens WOII verdwenen en doken 15 jaar later pas op… in een vergeten bunker in Zuid-Duitsland. Die bunker is na een aardverschuiving ontdekt door 2 Amerikaanse soldaten, die hun mond houden over de ontdekking en met de schilderijen handel gaan drijven. Helaas maken zij een fout: enkele van de schilderijen zijn naar de USA gesmokkeld met een vrachtboot van de Roos-rederij en Pa Roos komt op het idee om zijn zoon Arie, Bob en Jan als detectives in te schakelen.
Californië is een schilderachtig deel van de Verenigde Staten waar ook schilderachtige mensen wonen en rare dingen gebeuren. Een van die rariteiten overkomt Bob Evers als hij, rustig wandelend op een boulevard in Hollywood, plotseling door drie kerels in zijn nek wordt gegrepen en wordt opgesloten in de kelder van een verlaten landhuis. In die kelder zitten al enkele personen opgesloten die elkaar niet kennen, niets met elkaar te maken hebben en geen van allen snappen waarom zij nu eigenlijk zijn gepakt. En daarmee begint een geheel nieuw avontuur, waarin natuurlijk ook Jan Prins en Arie Roos verstrikt raken en dat hen in nauw contact brengt met bijzondere figuren uit de filmwereld.
Een bende smokkelt vanuit Mexico allerlei mensen over de USA-grenzen. De bendeleider, Peraira geheten, woont in een prachtig strandhotel onder de palmen van Miami en als dit boek begint, gaan Jan en Arie met hun onschuldige gezichten bij Peraira op bezoek, zogenaamd om hem valse paspoorten te vragen. Maar die grap pakt verkeerd uit. Peraira krijgt argwaan, ontdekt dat de politie hem op het spoor is, overvalt beide jongens en vervoert hen door de nacht naar een particulier vliegveld, vanwaar een helikopter hen allen over de Mexicaanse grens brengt. Masters en Bob Evers zijn er echter ook nog! Bob jaagt in een snelle auto achter Peraira aan, terwijl Masters het FBI-apparaat alarmeert… juist te laat. Jan en Arie zijn al in Mexico beland, op de verzamelplaats van de bende, waarvoor een praktisch ongenaakbaar rotsplateau is uitgekozen. En nu begint de grap pas goed. Want op dat rotsplateau is al een uranium-expeditie gelegerd, compleet met geigertellers, kisten dynamiet en rupsauto's, en die weigert weg te gaan. De bendeleden vallen de expeditie aan, en in dat gevecht spelen Jan en Arie een grote rol. De bende wint… maar toch moeten de beide jongens zien te beletten dat de boeven per helikopter vluchten voor de FBI-mannen arriveren. En dat doen zij op een wel heel slimme wijze…