Román zpracovává biblický příběh o Noemovi a jeho stavbě archy jako zápas s obyčejnými lidskými problémy ve chvíli ohrožení přírodní katastrofou.
Pěkným jazykem vyprávěný příběh o potopě využívá sumerskou verzi mýtu, epos o Gilgamešovi a biblický text, čerpá i z teorie švédského geologa, že potopa byla způsobena kombinací zemětřesení a cyklonu. Zobrazuje společenství lidí ve chvíli ohrožení, zápas víry a beznaděje, lásky a nenávisti.
Een modern verhaal over verdrongen herinneringen en oud schuldgevoel. Het is lente en Lillemor wil een paar dagen doorbrengen in het oude vakantiehuisje van haar familie. Bij de eerste wandeling door het bos stuit ze op het vermoorde lichaam van een vrouw die eruitziet als een jongere uitgave van haarzelf. De politie tast aanvankelijk in het duister, maar al vrij snel wordt duidelijk dat de moordenaar vermoedelijk een Griekse jongen is die in Duitsland werkt. Hij kan de sleutel zijn tot de oplossing van het mysterie van de moord en de gelijkenis tussen Lillemor en het slachtoffer.
Jan is wetenschapper. Hij is ervan overtuigd dat het de genen zijn die het wezen van de mens bepalen. Feiten tellen. Intuïtie bestaat niet voor hem, die is ongrijpbaar en dus onbegrijpelijk. Angelika gelooft juist dat dromen, gedachten en gevoelens het kompas vormen waardoor we ons leven moeten laten leiden. Jan en Angelika wonen elk op een eigen planeet. Alleen de liefde lijkt in staat de verschillen te overbruggen.
Norea, de dochter van Eva en Adam, is een uniek personage in de mythe van de mensheid. Geboren in een andere tijd zou ze als heks op de brandstapel zijn beland; nu zou ze misschien in een psychiatrische inrichting zitten. Norea heeft de gave om in het verborgene te kijken, in wat achter de werkelijkheid ligt. Haar moeder Eva hoopt op een normale jeugd voor haar dochter, maar Norea is anders. Ze communiceert met haar dode broers, Kaïn en Abel, leest gedachten en ziet de toekomst in haar dromen. Later, als priesteres, gebruikt ze haar gaven om anderen te helpen. In de trilogie "De kinderen van het paradijs" verkent de Zweedse schrijfster op haar eigen wijze de levens van Adam, Eva en hun kinderen. In "Het boek Eva" verwerkt Eva haar verdriet over de broedermoord, terwijl in "Kain" haar oudste zoon worstelt met schuldgevoelens. Aan het einde van "Het boek Eva" wordt Norea geboren, die met haar profetische gaven een priesteres van een godin wordt. Wie is deze jonge vrouw, gekenmerkt door zelfbewustzijn en moederlijke krachten? Is ze een heks, dromer of psychopaat? Of heeft ze de kracht om de mensheid te redden? Fredriksson weeft een meeslepende roman vol oeroude mythen en gnostisch gedachtegoed.
Nadat haar zoon Kaïn zijn jongere broer Abel heeft vermoord, trekt Eva de bergen in. Ze is geschokt door de gebeurtenis en ze wil nadenken. De herinnering aan haar moeder komt boven, een vrouw die ingewijd was in de mysteriën van het leven en veel respect afdwong. Met haar loopt Eva weer als kind over de velden en de akkers. Haar moeder vertelt over hun afkomst, de sterren, kruiden en planten, de eenheid tussen licht en donker, trots en schuld. Door die opnieuw beleefde ontmoetingen gaat Eva stees beter begrijpen wie ze is en dat ze op haar gevoel moet vertrouwen. Gestrekt door dat inzicht gaat ze terug naar haar gezien en probeert ze het verlies van Abel, de reddeloosheid van Kaïn en het onbegrip van Adam een plaats te geven.
De verdwijning van een autistisch meisje in het Zweedse scherenlandschap heeft op twee heel verschillende vrouwen een groot effect. Eerder verschenen onder de titel De vondeling