»Glücklich ist dieser Ort!« (felix hic locus est): So brachte vor rund 2000 Jahren ein Pompejaner spontan an einer Hauswand seine Zufriedenheit zum Ausdruck – ohne zu ahnen, dass durch den gewaltigen Vesuvausbruch des Jahres 79 die Stadt schon bald mit einem Schlag untergehen sollte. Mit ihr wurden auch Tausende von Graffiti konserviert, die doch gar nicht für die Ewigkeit bestimmt waren. Es ist die Faszination des Alltäglichen und seiner Unmittelbarkeit in diesen Wandkritzeleien, die den Leser heute in ihren Bann zieht.
In het jaar 79 na Christus barstte de Vesuvius bij Napels uit. Een ramp waardoor de stadjes Pompeii en Herculaneum voor eeuwen onder de lava werden bedolven. De Romeinse senator en redenaar Gaius Plinius Secundus, beter bekend als Plinius de Jongere (ca. 62-ca. 113), was ooggetuige. Hij schreef er twee prachtige, gedetailleerde brieven over op speciaal verzoek van de grote Romeinse geschiedschrijver Tacitus.De twee schrijvers hebben meer contact gehad. Elf brieven uit de verzamelde brieven van Plinius zijn aan Tacitus gericht, en in nog eens vijf brieven schrijft Plinius over zijn vermaarde tijdgenoot. Steeds lovend en respectvol, maar hij is duidelijk ook uit op erkenning. Tezamen bieden zijn Tacitus-brieven een verfijnd portret van twee Romeinse topauteurs, beiden op zoek naar eeuwige roem en onsterfelijkheid.
Im Jahr 203 n. Chr. in Karthago stehen zwei junge Christinnen, die adelige Perpetua und die einfache Sklavin Felicitas, vor einer entscheidenden Wahl. Trotz ihrer unterschiedlichen Hintergründe vereint sie der unerschütterliche Glaube, für ihre Überzeugungen zu sterben. Ihre mutige Entscheidung, sich verhaften zu lassen, zeigt den starken Zusammenhalt und die Entschlossenheit, die sie in einer Zeit religiöser Verfolgung empfinden. Die Geschichte beleuchtet Themen wie Glaubensstärke, Freundschaft und den Kampf gegen Unterdrückung.
In wat voor tijd, in wat voor wereld leven we? Deze beroemd geworden verzuchting (o tempora, o mores!) slaakte Cicero (106-43 v.Chr.) in zijn eerste van vier Catilinarische redevoeringen, gehouden voor de senaat van Rome. Catilina, beschuldigd van niet minder dan een poging tot een staatsgreep, wordt daarin met het bekende Ciceroniaanse retorische geweld tot de grond toe afgebroken: hij was een gevaar voor de staat dat geëlimineerd moest worden. Ook Sallustius (86-34 v.Chr.) schreef over Catilina, in zijn boek 'De samenzwering van Catilina'. Hoewel hij het in zijn weergave vaak oneens is met Cicero, heeft ook hij weinig goeds te melden over Catilina: de misdadiger Catilina staat voor de totale verwording van de maatschappij. De figuur van Catilina is altijd tot de verbeelding blijven spreken. Zijn naam werd door de geschiedenis heen synoniem met verrader en samenzweerder, al is er in latere eeuwen, met name in Italië, ook een tegenbeweging geweest, waarin Catilina als held werd gezien, en Cicero als de schurk. 'De kleine samenzwering van Catilina' geeft aan de hand van een ruime selectie uit de werken van Cicero en Sallustius en een heldere inleiding een uitstekend inzicht in de gebeurtenissen uit de onrustige nadagen van de Romeinse republiek. Bij de selectie van de teksten is uitgegaan van het eindexamenprogramma Latijn voor 1998-1999.