Co si myslí učitelka biologie o svých žácích, kolezích, výuce, výchově, vývojových teoriích a mnohém dalším? Názory a zásady gymnaziální profesorky Inge Lohmarckové jsou pevně vyhraněné, neboť se zakládají na nepochybných přírodních zákonitostech. Jak však zvládá hrdinka, přesvědčená darwinistka, "boj o přežití" v profesní i soukromé sféře, když její provinční gymnázium je pro nedostatek studentů krátce před zavřením, ona sama nedlouho před penzí a její rodina je prakticky nefunkční? Román lze číst i jako provokativní příspěvek k debatě o současném vzdělávání. Autorka: Judith Schalansky (1980) se narodila v německém Greifswaldu, vystudovala historii umění a knižní design a vydala několik próz, z nichž česky vyšel Atlas vzdálených ostrovů, kniha vyznamenaná v Německu několika cenami. Svoje knížky většinou zpracovává i graficky.
Goverdien Hauth-Grubben Knihy



Karl Schlögel reisde al lang voordat de Berlijnse Muur viel naar de belangrijkste steden van Oost-Europa, toen het Oostblok voor de meeste West-Europeanen terra incognita was. Sinds 1989 is er weinig aan die onwetendheid veranderd. Schlögel probeert zowel de gemeenschappelijke geschiedenis van Oosten West-Europa te ontdekken, alsook de veranderingen in de grote Oost-Europese steden in kaart te brengen. Hij reist naar Kaliningrad en Czernowitz, de geboortesteden van wereldberoemde denkers en dichters. Hij laat zien hoe sporen van het oude, vooroorlogse Europa worden opgegraven en opgepoetst – het Bauhaus in Brno, jugendstil in Budapest. En hij richt zijn blik op provinciesteden zoals Marjampole in Litouwen, waar één keer per week de grootste tweedehandsautomarkt van Europa wordt gehouden, en waar Oost-Europa van oude auto’s uit het westen van het continent wordt voorzien. Juist in zulke steden is sinds 1989 een onzichtbare band tussen Oost en West ontstaan.Als vrucht van bijna dertig jaar reizen naar en schrijven over Oost-Europa biedt Steden lezen een rijk geschakeerde verzameling essays en reportages over het nog altijd onontgonnen terrein achter het voormalige IJzeren Gordijn
In het najaar van 1945 vlucht een vrouw met haar zevenjarige zoontje voor de Russen naar het Westen. Op een klein treinstation ergens in het oosten van Duitsland rusten ze uit. Helene heeft zichzelf en haar kind door de moeilijke oorlogsjaren gesleept. Nu alles achter de rug is en alles mogelijk lijkt, laat ze hem alleen achter op het perron. Ze komt niet meer terug. Julia Franck vertelt het leven van een vrouw, dat vermalen wordt door de woelingen van een dramatische tijd. 'Mijn vader is heel jong overleden, wat ik over hem weet, is niet veel. Hij was verlegen en fijngevoelig, maar hij had geen vertrouwen in andere mensen. Enkele maanden na het einde van de oorlog had zijn moeder hem op het perron achtergelaten met de belofte meteen weer terug te komen. Hij was zeven jaar en wachtte tevergeefs. Misschien is hij wel nooit ouder geworden en heeft hij zijn hele leven gewacht. Voor mij is dit gegeven familielegende en griezelverhaal ineen. Wat, zo vroeg ik me al heel jong af, brengt een moeder tot zo'n besluit? Ze was verpleegster en had dan ook een voor die tijd ongebruikelijke opleiding genoten, die alleen voor dochters van goeden huize was weggelegd. Bij mijn naspeuringen heb ik heel wat sporen van haar kunnen terugvinden, oude foto's waarop ze met haar oudere, niet minder knappe zus te zien is. Documenten in het stadsarchief van Bautzen. Ik kende twee, drie plaatsen waar ze had gewoond, wist haar geboortejaar en sterfdatum te achterhalen, maar hoe intensiever mijn zoektocht werd, hoe meer ik merkte dat sporen alleen nog geen verhaal vertellen. Een verhaal heeft mensen en perspectieven nodig. Ik gaf haar een naam: Helene. Ik moest haar zelf bedenken, haar karakter, haar ervaringen, de omstandigheden waaronder ze was opgegroeid, de verwachtingen van en hindernissen voor een vrouw uit die tijd, zeer intelligent en zonder vooruitzicht op een studie, als jonge vrouw hoopvol gestemd en romantisch verliefd, uiteindelijk getrouwd, uit traditie en noodzaak en zonder liefde, moeder tegen wil en dank. In welke mate kon een vrouw in die tijd haar leven zelf vormgeven en haar eigen identiteit bepalen, op welke momenten moest zij zich verloochenen. Hoe meer ik me een voorstelling van haar leven maakte, hoe duidelijker ze mij voor ogen stond, haar gebaren, haar lach, haar ontwijkende blik - de schaamte en rusteloosheid waarmee ze probeerde zichzelf te zijn –, des te beter begreep ik hoe ze tot een dergelijk besluit had kunnen komen. Van meet af aan wist ik dat ik haar wilde rechtvaardigen noch moreel veroordelen – maar dat ik wilde vertellen, zo precies en nauwgezet mogelijk.' - Julia Franck