Erwin Mortier je vlámský básník a spisovatel. Jeho dílo se vyznačuje pronikavým pohledem na lidskou psychiku a společenské vztahy. Mortierův styl je obvykle popisován jako lyrický a introspektivní, přičemž se často zabývá tématy paměti, identity a pomíjivosti. Čtenáři oceňují jeho schopnost vykreslit složité emoce a atmosféru s jemným jazykovým citem.
Exploring themes of protection and solace, this publication delves into De Bruyckere's recent artwork inspired by the angelic figure, conceived during the isolation of the COVID-19 pandemic. It reflects on the emotional and psychological impacts of the crisis, showcasing how art can provide comfort and connection in times of loneliness.
Terwijl de wereld ten prooi valt aan onze beschaving en de mens zijn zintuig voor esthetiek dreigt te verliezen, staat de dichter op in de stellige overtuiging dat niets minder dan schoonheid de wereld kan redden van de welig tierende haat.In Precieuze mechanieken neemt Erwin Mortier het op tegen de lelijkheid en zoekt hij de taal in al haar schoonheid op. Hij trekt alle registers open en wisselt barokke gedichten af met kale en speelse met ernstige, terwijl hij toont wat de lyriek vermag. Hij knipoogt naar Flaubert, Zagajewski en andere dierbare schrijvers die hij als zijn literaire vaders beschouwt. Ook richt Mortier zich, net als in zijn pijnlijk mooie roman Gestameld liedboek, tot zijn overleden moeder om zijn hart te luchten. In de slotcyclus spreekt zij terug, biedt hem een inkijk in het hemelrijk en stelt haar zoon gerust.
Edgard Demont, geboren uit de modder van de Eerste Wereldoorlog, keert gewond en gehavend terug naar een vaderland dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Minnaars helpen hem te leven met kwetsuren die dieper gaan dan de littekens in zijn vlees. Ondertussen moet hij machteloos toezien hoe de wereld voor nieuwe waanbeelden bezwijkt en verse nachtmerries worden voorbereid. Zijn bespiegelingen schetsen het zelfportret van een man die voor de geschiedenis wil wegkruipen in de liefde en in het verlangen, waarvan hij de glorie bezingt en de broosheid beseft. Erwin Mortier (1965) debuteerde in 1999 met de roman Marcel (bekroond met onder meer de Literatuurprijs Gerard Walschap). In 2008 verscheen zijn roman Godenslaap, die zijn doorbraak betekende naar het grote publiek en werd bekroond met de AKO Literatuurprijs 2009.
One day, the author's mother no longer remembers the word for 'book'. This seemingly innocuous moment of distraction is the first sign of the slow disintegration of her mind. As Alzheimer's disease sets in and language increasingly escapes her, her son attempts to gather the fragments of what she has become, writing a moving, loving chronicle of the gradual descent into dementia of someone who 'no longer knows who she is, where she is or what will happen'.
Een stokoude vrouw die de dood voelt naderen blikt terug op haar kinderjaren, de liefdes die ze heeft gekend, haar huwelijk en de jaren van de Eerste Wereldoorlog die ze met haar moeder en haar broer in Frankrijk doorbracht. Gaandeweg ontstaat een intiem panorama van België, haar onduidelijke vaderland. Aan geen van de gebeurtenissen wil ze meer nadruk geven dan aan andere. Ze hunkert slechts naar een oneindig lange zin, "die al wat er is in zich opneemt, zoals een hofdame uit de pruikentijd, in wier lokken een armada van parels kapseist, haar talloze rokken optilt terwijl ze de trappen van de opera betreedt – of de ladder naar het schavot." Godenslaap, de vijfde roman van Erwin Mortier, speelt zich af op het raakvlak tussen de grote geschiedenis en de kleine mensenlevens, tussen taal en wereld, verbeelding en werkelijkheid, tussen geschiedschrijving en verhalend proza.
In deze novelle beschrijft Erwin Mortier zeven dagen in het leven van een jongen van vijf, wiens overgrootvader stervende is. De zomerse hitte in en rond zijn geboortehuis roepen herinneringen op aan zijn eigen ziekte, het jaar voordien, en aan de gesprekken van de volwassenen die hij, lam van de koorts, vanaf zijn ziekbed beluisterd heeft, dat 'tropische feest, broeiend in zijn binnenste'. Tegelijk is hij gebiologeerd door wat zich afspeelt rond zijn overgrootvader, in het koele, donkere hart van het huis. In de dagen van de voorbereiding van de begrafenis loopt hij steeds meer verloren tussen de volwassenen. De zomer smelt de dagen aaneen en heft alle orde op, ook die van de taal in zijn hoofd. Net als bij de andere boeken van Mortier spreekt uit dit verhaal een verlangen om de tijd teniet te doen; een streven om woorden dusdanig op proef te stellen dat ze het allerbelangrijkste, dat nooit gezegd kan worden, alsnog laten weerklinken. Erwin Mortiers debuutroman Marcel (1999) werd bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuur Prijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving een jaar later de C. Buddingh'-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO literatuur Prijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde.
'Mijn vader tilt me op, hij laat de lucht in mijn blonde lokken fluiten en gooit me steeds hoger uit zijn handen. Mijn middenrif verkrampt. Ik hoor mezelf meer schreeuwen dan schateren terwijl ik zijn handen verlaat en me alleen door de lucht omringd weet. Wat zal hij geroepen hebben, "Hopla, Joris, vliegen"? Het valt niet van zijn lippen af te lezen. Ik weet niet wie de foto genomen heeft, wie me als een bange engel boven zijn vingers voorgoed in het ijle heeft laten hangen.'
Novela předního současného vlámského prozaika se točí kolem záhadné postavy prastrýce Marcela, jehož tajemství, zjevně souvisejícímu s jeho válečnou smrtí kdesi daleko od domova, se snaží přijít na kloub desetiletý hrdina knihy. Marcelův portrét je spolu s fotografiemi dalších členů rodiny vystaven jeho očím na babiččině příborníku, na rozdíl od ostatních však nikdy neopouští své čestné místo hned vedle sošky Panny Marie. Teprve když se chlapci náhodou dostane do rukou svazek Marcelových válečných dopisů rodičům a obálkou jednoho z nich se rozhodne pochlubit ve škole, začne chápat, proč je vzpomínka na padlého prastrýce pro rodinu i po letech zdrojem bolesti a rozpaků.